ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4101
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onmiddellijke opheffing vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting naar Somalië
Eiser is op 21 april 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld. Na een eerdere ongegrondverklaring van een beroep tegen de voortzetting van deze bewaring, stelde eiser op 29 oktober 2010 opnieuw beroep in tegen het voortduren van de maatregel. De kern van het geschil betreft het uitblijven van een standpunt van verweerder over de uitzetting naar Somalië, ondanks dat verweerder zich sinds eind september 2010 beraadt op deze kwestie.
De rechtbank stelt vast dat het uitblijven van een concreet standpunt na anderhalve maand onvoldoende voortvarend is, temeer daar niet duidelijk is wanneer verweerder dit standpunt wel zal innemen. Ook in de bezwaarprocedure handelt verweerder onvoldoende voortvarend, ondanks een toegewezen verzoek om voorlopige voorziening dat uitzetting tot vier weken na beslissing op bezwaar verbiedt.
Gelet op deze onvoldoende voortvarendheid wordt het beroep gegrond verklaard. De rechtbank beveelt de onmiddellijke opheffing van de bewaring en kent eiser een schadevergoeding toe van €1.040, gebaseerd op het aantal dagen detentie vanaf de datum van indiening van het beroepschrift. Tevens worden proceskosten van €874 toegewezen voor de rechtsbijstand. De kosten worden betaald door de griffier van de rechtbank vanwege de toevoeging.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, onmiddellijke opheffing van de vreemdelingenbewaring en toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.