ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4134
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Verzoeker, die sinds 2004 zonder rechtmatig verblijf in Nederland verblijft, heeft bezwaar gemaakt tegen zijn geplande uitzetting naar Indonesië en verzocht om een voorlopige voorziening. Hij stelde dat zijn staandehouding, inbewaringstelling en het voortduren daarvan onrechtmatig waren en dat hij mogelijk slachtoffer was van mensenhandel, hetgeen een bedenktijd en aanwijzing tot aangifte zou rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter overweegt dat de bevoegdheid tot uitzetting niet wordt beïnvloed door de gestelde onrechtmatigheden in de staandehouding of inbewaringstelling. Er zijn geen voldoende aanwijzingen dat verzoeker slachtoffer is van mensenhandel; het paspoort was niet permanent tegen zijn wil in bezit van een derde en er is geen bewijs van uitbuiting of loonontvangst. Verzoeker heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat hij aangifte wilde doen of dat hij onder de B9-regeling valt.
Gelet hierop is het bezwaar niet aannemelijk en maakt het verzoek om voorlopige voorziening geen redelijke kans van slagen. De rechtbank wijst het verzoek af en bevestigt de bevoegdheid van de Minister van Justitie tot uitzetting van verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de uitzetting van verzoeker wordt afgewezen.