ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4160
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen buiten behandeling stellen paspoortaanvraag door Nederlandse ambassade te Dakar
Verzoeker diende op 20 mei 2010 een aanvraag in voor een Nederlands paspoort bij de Nederlandse ambassade te Dakar, Senegal. De ambassade stelde de aanvraag buiten behandeling omdat verzoeker niet binnen de gestelde termijn de gevraagde documenten, waaronder het Koninklijk Besluit betreffende zijn naturalisatie, had aangeleverd.
De voorzieningenrechter constateerde dat het besluit in strijd was met artikel 4:5, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het besluit niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn was bekendgemaakt. Verweerder stelde dat de procedure op grond van de Paspoortwet als lex specialis moest worden beschouwd, maar de voorzieningenrechter volgde dit niet en oordeelde dat de Awb bepalingen leidend zijn.
Er bestond twijfel over de Nederlandse nationaliteit en identiteit van verzoeker, waardoor het redelijk was dat verweerder om aanvullende documenten vroeg. Het oordeel over de rechtmatigheid van de nationaliteit is echter voorbehouden aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en verweerder mocht dit niet zelf onderzoeken.
De voorzieningenrechter wees de verzoeken om voorlopige voorziening af, omdat geen spoedeisend belang bestond en de procedure op bezwaar de aangewezen weg is om de zaak inhoudelijk te beoordelen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af tegen het besluit om de paspoortaanvraag buiten behandeling te stellen.