ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4558
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op overlevering aan Hongarije ondanks gezondheidsklachten en lopende strafzaak
Eiser is in Hongarije veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en er is een Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd voor zijn overlevering wegens drugshandel. Eiser vordert in kort geding een verbod op feitelijke overlevering aan Hongarije, stellende dat zijn psychische en lichamelijke gezondheid, zijn lopende echtscheidingsprocedure, en zijn zorg voor zijn zieke vader humanitaire redenen vormen die overlevering in de weg staan.
De rechtbank beoordeelt dat artikel 35 lid 3 Overleveringswet Pro slechts uitstel van overlevering toestaat bij ernstige humanitaire redenen, niet een definitief verbod. De medische klachten van eiser kunnen adequaat in Hongarije worden behandeld, zoals bevestigd door de Hongaarse autoriteiten. Ook de echtscheidingsprocedure en de schuldenlast vormen geen grond voor uitstel. De rechtbank oordeelt dat de officier van justitie zijn ruime beoordelingsvrijheid correct heeft benut.
Daarnaast is er sprake van een situatie als bedoeld in artikel 36 Overleveringswet Pro, omdat er een strafrechtelijke vervolging in Nederland loopt. De Minister van Veiligheid en Justitie heeft toegezegd dat eiser niet zal worden overgeleverd totdat overeenstemming is bereikt over voorlopige terbeschikkingstelling. Op basis hiervan wordt de vordering afgewezen en eiser veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verbod op feitelijke overlevering aan Hongarije wordt afgewezen, met uitstel van overlevering tot overeenstemming over voorlopige terbeschikkingstelling.