ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4622
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit opheffing ongewenstverklaring wegens onvoldoende belangenafweging
Eiser heeft verzocht om opheffing van een ongewenstverklaring die in 2005 tegen hem is uitgesproken. Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen, waarna eiser bezwaar en beroep instelde. De rechtbank toetst het besluit aan de hand van de beroepsgronden en ambtshalve aan de openbare orde.
De medische situatie van het jongste kind van eiser, dat lijdt aan bronchiale hyperactiviteit en ernstige allergieën, vormt een nieuwe omstandigheid die meegewogen moet worden. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het algemene belang zwaarder weegt dan het belang van eiser en zijn gezin. Tevens is het ne bis in idem-beginsel relevant omdat eerdere besluiten vergelijkbaar waren en er sprake is van nieuwe feiten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de belangen onvoldoende heeft afgewogen en niet adequaat heeft gemotiveerd. Ook is ten onrechte afgezien van het horen van eiser en zijn echtgenote. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt een voorlopige voorziening getroffen waardoor eiser niet mag worden uitgezet totdat het bezwaar is beslist.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de opheffing van de ongewenstverklaring wordt vernietigd.