ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4624
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W.H.B. Sentrop
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken vrijheidsontnemende maatregel in vreemdelingenzaak
De vreemdelinge, met de Surinaamse nationaliteit, diende een beroep in tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier, welke afwijzing betekende dat zij Nederland moest verlaten. Na de beschikking is zij staande gehouden en overgebracht naar een plaats voor verhoor, maar zij is niet in bewaring gesteld en na het verhoor vrijgelaten met de opdracht het land te verlaten.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een vrijheidsontnemende maatregel zoals bedoeld in de artikelen 6, 58 en 59 van de Vreemdelingenwet 2000. Hierdoor is het beroep niet ontvankelijk, omdat een verzoek om schadevergoeding alleen kan worden behandeld als er een dergelijke maatregel is opgelegd.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin wel sprake was van een opgeheven vrijheidsontnemende maatregel, wat hier niet het geval is. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd.