ECLI:NL:RBSGR:2010:BO5138
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- M.Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot spoedige inhoudelijke behandeling en schorsing voorlopige hechtenis
Eiser is in eerste aanleg veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf en TBS en zit sinds november 2007 in voorlopige hechtenis. Hij is in hoger beroep gegaan, maar de appelprocedure duurt al ruim drie jaar. Eiser vordert in kort geding dat een spoedige datum voor de inhoudelijke behandeling wordt vastgesteld en subsidiair dat zijn voorlopige hechtenis wordt geschorst.
De rechtbank overweegt dat de lange duur van de appelprocedure vooral te wijten is aan eiser zelf, die herhaaldelijk nieuwe onderzoekswensen heeft ingediend, waardoor zittingen werden uitgesteld en de zaak werd verwezen naar de rechter-commissaris. Een voorgestelde zittingsdatum op korte termijn is door eiser afgewezen. De rechtbank oordeelt dat de Staat niet onrechtmatig heeft gehandeld door de vertraging.
De subsidiaire vordering tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen omdat er in het strafrecht een rechtsgang bestaat met voldoende waarborgen om de belangen van eiser te beschermen. Verzoeken van eiser tot opheffing of schorsing zijn serieus behandeld en afgewezen. De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot spoedige inhoudelijke behandeling en schorsing voorlopige hechtenis worden afgewezen.