ECLI:NL:RBSGR:2010:BO5234
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning op grond van Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet wegens ontbreken bewijs asielaanvraag vóór 1 april 2001
Eiser maakte bezwaar tegen de ambtshalve weigering van verweerder om hem een aanbod te doen op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet (WBV 2007/11). Na eerdere procedures en vernietiging van besluiten, werd opnieuw op het bezwaar beslist. De kern van het geschil betrof de vraag of eiser vóór 1 april 2001 een asielaanvraag had ingediend.
De rechtbank onderzocht diverse stukken die eiser overlegde, waaronder brieven, faxen, telefoonnotities en verklaringen van betrokkenen. Verweerder stelde dat deze documenten niet overtuigend waren en vaak niet afkomstig van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De rechtbank concludeerde dat de fax van 27 oktober 2000 en de brief van 13 maart 1998 niet authentiek waren en dat telefoonnotities betrekking hadden op een andere persoon met dezelfde naam.
Ook verklaringen van voormalige gemachtigden en documenten uit het dossier boden onvoldoende objectief bewijs. De rechtbank oordeelde dat verweerder op goede gronden had geconcludeerd dat geen asielaanvraag vóór 1 april 2001 was ingediend. Daarnaast faalden de beroepsgronden over onzorgvuldig handelen van verweerder.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak reeds werd beslist. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.