ECLI:NL:RBSGR:2010:BO5266
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens procedurele tekortkoming bij voornemen
Eiser, een Iraakse asielzoeker, kreeg in 2008 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd toegekend. In april 2010 werd deze vergunning ingetrokken door verweerder, die meende dat de grond voor verlening was komen te vervallen. Eiser voerde aan dat hij en zijn familie bedreigd werden door islamitische groeperingen in zijn woonwijk in Baghdad, onderbouwd met een brief van het hoofd van het politiebureau.
Verweerder hield een nader gehoor naar aanleiding van de zienswijzen van eiser en betrok de nieuwe feiten in zijn besluit, maar stelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de aanslag op zijn woning persoonlijk op hem gericht was. De rechtbank oordeelde dat verweerder, gelet op artikel 3.119 van het Vreemdelingenbesluit, verplicht was een nieuw voornemen te sturen waarin de gewijzigde beoordeling werd meegedeeld, zodat eiser hierop kon reageren.
De rechtbank stelde vast dat deze essentiële procedurele stap was nagelaten, waardoor het besluit tot intrekking in strijd met het beleid en de wet was genomen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, veroordeelde verweerder in de proceskosten en droeg op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel is vernietigd wegens schending van artikel 3.119 Vreemdelingenbesluit en verweerder is veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit.