ECLI:NL:RBSGR:2010:BO5392
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring wegens onvoldoende motivering vertrekplicht en toegang tot derde land
Eiser, sinds 1998 in Nederland verblijvend, werd bij besluit van 26 oktober 2006 ongewenst verklaard. Verweerder stelde dat eiser onvoldoende inspanningen had verricht om aan zijn vertrekplicht te voldoen en dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat vertrek naar een ander land dan het land van herkomst onmogelijk was.
Eiser betwistte dat hij zich in Pakistan kon vestigen en voerde aan dat hij daar slechts illegaal op doorreis was. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich niet zonder nadere motivering op het standpunt kon stellen dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij geen toegang tot Pakistan kreeg. De aanvullende motivering van verweerder tijdens de zitting werd niet aan het bestreden besluit toegerekend en kon daarom niet worden betrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens werd ambtshalve een voorlopige voorziening getroffen waarbij de werking van het besluit werd geschorst tot vier weken na het nieuwe besluit. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.