ECLI:NL:RBSGR:2010:BO6793
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Mendlik
- J.J. van der Helm
- Chr.H. van Dijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tegen onderscheid subsidiëring landelijke en lokale politieke partijen
De Vereniging met rechtspersoonlijkheid van plaatselijke politieke groeperingen (VPPG) en diverse kandidaat-gemeenteraadsleden vorderden een verklaring voor recht en een veroordeling tegen de Staat wegens het onrechtmatige onderscheid dat de Wet subsidiëring politieke partijen (Wspp) maakt tussen landelijke en lokale politieke partijen bij de subsidiëring van politieke partijen van rijkswege. VPPG stelde dat dit onderscheid strijdig is met het gelijkheidsbeginsel uit het IVBPR en het VwEU, en dat het subsidieregime inbreuk maakt op het passief kiesrecht.
De rechtbank overwoog dat landelijke en lokale politieke partijen niet in gelijke gevallen zijn, omdat landelijke partijen zetels in het parlement hebben en een andere rol vervullen dan lokale partijen. De ongelijke behandeling in subsidiëring is daarom niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Ook het beroep op het Unieburgerschap en het gelijkheidsbeginsel uit het VwEU werd verworpen, omdat alle EU-burgers gelijke mogelijkheden hebben om lid te worden van lokale of landelijke partijen en deel te nemen aan gemeenteraadsverkiezingen.
Verder oordeelde de rechtbank dat het subsidieregime geen inbreuk maakt op het passief kiesrecht, omdat er geen rechtsplicht bestaat voor de Staat om lokale partijen van Rijkswege te subsidiëren en het ontbreken van subsidie geen belemmering vormt voor deelname aan verkiezingen. Ten slotte stelde de rechtbank dat het toetsen van de doelstelling van de Wspp aan de wetgever is voorbehouden en dat de uitsluiting van lokale partijen van Rijksubsidie in overeenstemming is met het doel van de Wspp. De vorderingen werden afgewezen en VPPG werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt VPPG in de proceskosten.