ECLI:NL:RBSGR:2010:BO6871
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel Libische asielzoeker wegens onvoldoende motivering risico detentie en mishandeling
Eiser, een Libische asielzoeker, diende op 4 augustus 2010 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees de aanvraag op 12 augustus 2010 af. Eiser stelde dat het asielbeleid ten aanzien van Libië was gewijzigd met het WBV 2010/6, maar de rechtbank oordeelde dat dit geen beleidswijziging inhoudt. De kern van het geschil betrof de vraag of eiser bij terugkeer naar Libië een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro, vanwege detentie, mishandeling en foltering.
De rechtbank nam kennis van het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 20 juli 2010, waarin werd vastgesteld dat gedetineerden in Libië een reëel risico lopen op marteling en vernederende behandeling. Verder werd vastgesteld dat eiser ongedocumenteerd is en een vervangend reisdocument nodig heeft voor terugkeer, wat het risico op detentie vergroot. Verweerder had dit onvoldoende gemotiveerd betwist.
De rechtbank verwierp de argumenten van verweerder dat het rapport van Amnesty International uit 2005 achterhaald zou zijn en dat het terugkeerbeleid van Zweden voldoende zou zijn om het risico te ontkennen. Ook eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en rechtbank werden niet doorslaggevend geacht. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €874 aan eiser. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 7 december 2010.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van het risico op schending van artikel 3 EVRM bij terugkeer naar Libië.