ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7139
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag wegens verstreken overdrachtstermijn en minderjarigheid
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, diende op 24 november 2008 een asielaanvraag in. Deze werd door verweerder afgewezen omdat Griekenland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling op grond van Verordening 343/2003. Griekenland reageerde niet tijdig op het overnameverzoek, waardoor Nederland volgens de overdrachtstermijn verantwoordelijk werd.
Verweerder voerde aan dat een interim measure van het EHRM de overdrachtstermijn opschort, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet het geval is. De opschortende werking geldt alleen voor voorlopige voorzieningen op grond van nationale wetgeving. De overdrachtstermijn van zes maanden was daarom verstreken op 18 juni 2010.
Eiser legde een origineel identiteitsbewijs (taskara) over waaruit bleek dat hij ten tijde van zijn aanvraag minderjarig was. Dit vormde een nieuw feit dat niet aan hem kon worden toegerekend, omdat eerdere advocaten het document niet hadden overgelegd. De rechtbank oordeelde dat verweerder het asielverzoek ten onrechte had afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van 7 april 2010 en bepaalde dat verweerder opnieuw moet beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van €437.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en verweerder dient opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak.