ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7155
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens niet-onrechtmatige overschrijding termijn in vreemdelingenbewaring
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, stelde dat verweerder toerekenbaar en in strijd met artikel 3.114, eerste lid, van het Vb 2000 het voornemen in de asielprocedure niet binnen de vijfdaagse termijn had uitgereikt, waardoor de voortzetting van de vreemdelingenbewaring onrechtmatig zou zijn.
De rechtbank heeft het betoog van eiser onderzocht en geoordeeld dat noch uit de wet, noch uit andere bronnen volgt dat een aan verweerder toerekenbare overschrijding van de termijn genoemd in artikel 3.114, lid 1, van het Vb 2000 automatisch leidt tot onrechtmatigheid van de bewaring. Tevens stelde de rechtbank vast dat vreemdelingenbewaring krachtens artikel 59 lid 4 van Pro de Vw 2000 een duur van vier tot zes weken mag hebben.
Eiser heeft geen aanvullende gronden aangevoerd die de onrechtmatigheid van de voortzetting van de inbewaringstelling zouden onderbouwen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.