ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7168
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning Koerdische vreemdeling wegens onvoldoende aannemelijkheid politieke vervolging
Eiser, een Koerdische vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, stellende dat hij risico loopt op vervolging in Turkije vanwege vermeende lidmaatschap van de PKK en slechte behandeling in Turkse ziekenhuizen. De rechtbank oordeelde dat eiser weliswaar geloofwaardig was in zijn relaas, maar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico loopt op politieke vervolging of schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
De rechtbank overwoog dat Turkije is aangesloten bij het EVRM, waardoor procedurele waarborgen bestaan en klachten over schending van artikel 6 EVRM Pro bij een toekomstig strafproces in Turkije bij het EHRM kunnen worden ingediend. De rechtbank wees erop dat artikel 3 EVRM Pro, dat een absoluut verbod op foltering inhoudt, wel toetsbaar is bij uitzetting.
Verder concludeerde de rechtbank dat de enkele ervaring met een onwillige arts in het verleden onvoldoende is om uitsluiting van medische zorg bij terugkeer aannemelijk te maken. Ook werd geoordeeld dat de strafrechtelijke vervolging niet voldoende is onderbouwd als politiek gemotiveerd.
Het beroep tegen het besluit van 25 september 2009 werd ongegrond verklaard en het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar.
Uitkomst: Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van risico op politieke vervolging of schending EVRM.