ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7175
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid
Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het doel arbeid als zelfstandige conform het Turks associatiebesluit. Eerder was een aanvraag afgewezen, waarna eiser een nieuwe aanvraag indiende als vennoot van een vennootschap onder firma (VOF). Verweerder wees de aanvraag af omdat volgens hem geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden, mede omdat de VOF en de eenmanszaak op hetzelfde adres en telefoonnummer gevestigd waren.
De rechtbank oordeelde dat het enkel delen van adres en telefoonnummer onvoldoende is om te concluderen dat het om dezelfde onderneming gaat. Het was aan eiser om aan te tonen dat het om twee verschillende ondernemingen gaat. Verweerder had eiser de gelegenheid moeten geven een ondernemingsplan over te leggen om dit te kunnen beoordelen, maar dat is nagelaten. Hierdoor kon niet met de vereiste zorgvuldigheid worden vastgesteld of sprake was van dezelfde of een andere onderneming.
De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit in strijd was met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het belang was komen te vervallen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering en nalaten van zorgvuldigheid.