ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7243
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering en novum
Eiser diende een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, nadat zijn eerdere aanvraag was afgewezen. De rechtbank beoordeelde of er sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden die het eerdere besluit konden beïnvloeden. Uit de overgelegde stukken bleek dat de veiligheidssituatie in het land van herkomst, met name Mosul, was verslechterd, waardoor deze informatie als novum werd aangemerkt.
Verweerder had in het bestreden besluit gesteld dat eiser geen aannemelijk risico liep op ernstige schade als bedoeld in artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn. Echter, verweerder nam dit standpunt pas ter zitting in, waardoor het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens deze gebrekkige motivering.
Desondanks liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, Awb, omdat de situatie in Mosul volgens de jurisprudentie geen uitzonderlijke situatie vormde die recht gaf op een verblijfsvergunning. Ook het beëindigen van het categoriale beschermingsbeleid voor Centraal- en Zuid-Irak werd als redelijk beoordeeld.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten aan eiser en wees erop dat hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.