ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7427
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning wegens reëel risico op ernstige bedreiging in Somalië
Eiser, een Somalische minderjarige, werd door de minister geweigerd een verblijfsvergunning te verlenen. Hij had geen reis- of identiteitsdocumenten kunnen overleggen en werd door verweerder als ongeloofwaardig beoordeeld vanwege tegenstrijdigheden in zijn relaas over zijn contacten met de Al Shabaab.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het ontbreken van documenten terecht aan eiser heeft toegerekend en dat het relaas onvoldoende overtuigend was om op grond van persoonlijke omstandigheden een verblijfsvergunning toe te kennen. Echter, de rechtbank acht de situatie in Centraal- en Zuid-Somalië als uitzonderlijk ernstig, waarbij willekeurig geweld burgers een reëel risico op ernstige schade oplevert.
Op basis van relevante landeninformatie en jurisprudentie concludeert de rechtbank dat eiser aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij uitzetting een reëel risico loopt op ernstige en individuele bedreiging van zijn leven of persoon. Het bestreden besluit is daarom in strijd met de Algemene wet bestuursrecht en wordt vernietigd. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze uitspraak.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten aan eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.