ECLI:NL:RBSGR:2010:BO8353
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in verificatiegeschil bij faillissement met lopende arbitrale procedure
In het faillissement van Aannemersbedrijf [A] B.V. ontstond een geschil over een door de curator betwiste vordering van eiser, die voortvloeide uit een koop- en aannemingsovereenkomst met een arbitrageclausule. Eiser had het geschil al voor de faillissementsdatum aan de Raad van Arbitrage voor de Bouw voorgelegd.
De curator verwees het geschil op grond van artikel 122 Faillissementswet Pro naar de rechtbank voor een verificatievergadering. Eiser stelde zich op het standpunt dat de rechtbank onbevoegd was vanwege de lopende arbitrale procedure en vorderde subsidiar de aanhouding van de procedure.
De rechtbank oordeelde dat artikel 29 Faillissementswet Pro ook van toepassing is op aanhangige arbitrale procedures en dat deze door het faillissement geschorst zijn, maar voortgezet dienen te worden als de verificatie van de vordering wordt betwist. Artikel 122 Faillissementswet Pro ziet niet op voortzetting van geschorste arbitrale procedures.
Daarom had de arbitrale procedure voortgezet moeten worden en was de rechtbank niet bevoegd om kennis te nemen van het geschil. De incidentele exceptie van onbevoegdheid werd toegewezen en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verificatiegeschil en compenseert de proceskosten.