ECLI:NL:RBSGR:2010:BO8373
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Somalië
De vreemdeling, met Somalische nationaliteit, had op 17 november 2010 aangegeven asiel te willen aanvragen en deed dit schriftelijk op 25 november 2010. De rechtbank oordeelde dat de aanvraag tijdig was ingediend en dat de minister voldoende voortvarend had gehandeld.
De kern van het geschil betrof de voortzetting van de vreemdelingenbewaring, waarbij de vreemdeling stelde dat er geen zicht was op uitzetting naar Somalië binnen een redelijke termijn. De minister gaf aan dat er geen uitzettingen naar Mogadishu gepland stonden en dat ook uitzettingen naar andere delen van Somalië niet plaatsvonden vanwege politieke omstandigheden en afwachting van een nieuw beleidsbesluit.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring vanaf 20 november 2010 onrechtmatig was geworden vanwege het ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en een schadevergoeding van €1305 toegekend voor 16 dagen onrechtmatige bewaring. Tevens werd de minister veroordeeld in de proceskosten van €874.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de vreemdelingenbewaring opgeheven en een schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige bewaring.