ECLI:NL:RBSGR:2010:BO8908
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H. Gorter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielverzoek homoseksuele Syrische asielzoeker
Verzoeker, een Syrische homoseksuele man, vroeg asiel aan in Nederland. Zijn aanvraag werd afgewezen omdat verweerder oordeelde dat verzoeker onvoldoende bewijs had geleverd van zijn identiteit en reisroute en dat hij geen gegronde vrees voor vervolging had. Verzoeker werd betrapt op homoseksueel gedrag en verbleef daarna nog ongeveer een maand zonder problemen in Syrië.
De voorzieningenrechter oordeelde dat deze periode van een maand te kort was om te concluderen dat er geen gegronde vrees voor vervolging bestond, mede gelet op rapporten van de UK Border Agency en het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken waarin strafbaarstelling en maatschappelijke taboes op homoseksualiteit in Syrië worden beschreven. Ook verwees de rechter naar het beleid waarin van homoseksuelen niet wordt verlangd hun voorkeur te verbergen bij terugkeer.
Verder was er discussie over de geloofwaardigheid van verzoekers verhaal over de oproep tot militaire dienst en het ontbreken van documenten. De rechter vond dat verweerder terecht oordeelde dat verzoeker onvoldoende bewijs overlegde, maar dat dit niet afdoet aan zijn gegronde vrees voor vervolging wegens zijn seksuele geaardheid.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen binnen zes weken. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van het asielverzoek wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.