ECLI:NL:RBSGR:2010:BO9130
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.G. Wijma
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- M. van Loenen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning minderjarige asielzoekster wegens onvoldoende belangenafweging
Eiseres, een minderjarige Somalische asielzoekster, diende op 3 juni 2009 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag bij besluit van 8 september 2009 af omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van het asielverzoek op grond van de Dublinverordening (Vo 343/2003). Eiseres stelde beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank overwoog dat de belangen van het kind volgens artikel 24 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 3 van Pro het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) een eerste overweging moeten vormen bij besluiten die kinderen betreffen. Verweerder stelde dat deze belangen reeds waren verwerkt in de relevante regelgeving en het beleid, met name in artikelen 6 en 15 van de Vo 343/2003 en de uitvoeringsregels, maar de rechtbank oordeelde dat deze bepalingen niet van toepassing waren op de situatie van eiseres.
De rechtbank constateerde dat het bestreden besluit ontbeerde aan een specifieke, individuele toetsing van de belangen van eiseres en dat de motivering onvoldoende was. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de belangen van het kind. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de helft van de proceskosten ad € 402,50.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en individuele belangenafweging bij minderjarige asielzoekers en de noodzaak van een deugdelijke motivering in bestuursbesluiten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder dient opnieuw te beslissen met inachtneming van de belangen van het kind.