ECLI:NL:RBSGR:2010:BO9252
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- M.Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Geen plicht tot heraanbesteding bij wijziging voorgeschreven onderaannemer in nationale onderhandse aanbesteding
In deze zaak gaat het om een geschil tussen HITT, de Staat en VTN over een nationale onderhandse aanbesteding voor onderhoud en verbetering van de Regionale Verkeerscentrale Drechtsteden. HITT was als voorgeschreven onderaannemer opgenomen in de oorspronkelijke opdracht, maar werd in een aanvullende overeenkomst niet meer als zodanig genoemd. HITT vordert dat de Staat de oorspronkelijke opdracht ongewijzigd nakomt en dat de aanvullende opdracht opnieuw aanbesteed wordt.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de oorspronkelijke opdracht een bouwkundig en civieltechnisch element bevatte en dat de waarde van de leveringen en diensten ondergeschikt was aan die van de werken. De opdracht viel onder de drempelwaarde voor Europese aanbesteding, zodat een nationale onderhandse procedure volstond. De aanvullende overeenkomst betrof een wijziging en aanvulling van de oorspronkelijke opdracht, maar de waarde daarvan bleef onder 50% van de oorspronkelijke opdracht, zodat heraanbesteding niet verplicht was.
Verder oordeelt de voorzieningenrechter dat het schrappen van HITT als voorgeschreven onderaannemer geen wezenlijke wijziging vormt die heraanbesteding vereist. Dit omdat HITT willens en wetens haar inschrijvingsmogelijkheid heeft prijsgegeven en er meerdere gegadigden waren. HITT heeft haar vorderingen onvoldoende onderbouwd en haar recht om te klagen over de aanbestedingsprocedure is bovendien verwerkt. De vorderingen worden afgewezen en HITT wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van HITT worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.