ECLI:NL:RBSGR:2010:BO9499
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende positieve overtuigingskracht asielrelaas
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, gebaseerd op een asielrelaas waarin hij stelt te zijn ontvoerd en bedreigd door terroristen in Irak. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiser geen documenten kon overleggen ter ondersteuning van zijn nationaliteit en identiteit, en de taalanalyse niet overeenkwam met zijn opgegeven herkomst.
Eiser betwist de uitkomst van de taalanalyse en verzoekt om vergoeding van kosten voor een contra-expertise, wat door het COa is afgewezen. De rechtbank oordeelt dat dit geen schending van het recht op een effectieve rechtsbescherming oplevert en dat eiser deze argumenten in een aparte procedure moet aanvoeren.
De rechtbank stelt vast dat eiser geen concrete aanwijzingen heeft aangevoerd die twijfel kunnen zaaien over de juistheid van de taalanalyse. Ook het ontbreken van identiteitsdocumenten kan aan eiser worden toegerekend. Gezien deze omstandigheden ontbreekt het asielrelaas aan positieve overtuigingskracht, waardoor het beroep ongegrond wordt verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende positieve overtuigingskracht van het asielrelaas.