ECLI:NL:RBSGR:2010:BO9503
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens ontbreken terugkeerbesluit volgens Terugkeerrichtlijn
Eiser, een onderdaan van een derde land, werd op 13 september 2010 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd voortgezet en betwist door eiser. De rechtbank toetste de rechtmatigheid van de bewaring aan de Terugkeerrichtlijn (2008/115/EG), die sinds 25 december 2010 directe werking heeft en stelt dat bewaring alleen mag worden toegepast ter voorbereiding van terugkeer of uitvoering van verwijdering.
Verweerder stelde dat de richtlijn niet van toepassing was op maatregelen opgelegd vóór 25 december 2010 die nog geen zes maanden duurden, maar dit werd verworpen. De rechtbank stelde vast dat aan de maatregel drie gronden ten grondslag lagen: ontbreken identiteitspapier, ongewenstverklaring en niet naleven vertrektermijn. De ongewenstverklaring kon niet meer als grond dienen sinds de richtlijn van kracht werd.
Belangrijk was dat geen terugkeerbesluit was genomen, terwijl de richtlijn vereist dat bewaring steeds aan een terugkeerbesluit moet worden gekoppeld. Hierdoor was de bewaring onrechtmatig geworden met ingang van 25 december 2010. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, hief de bewaring op per 30 december 2010 en kende een schadevergoeding van €400 toe voor vijf dagen onrechtmatige bewaring. Tevens werden proceskosten van €874 aan eiser toegekend.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is onrechtmatig verklaard, opgeheven per 30 december 2010, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.