ECLI:NL:RBSGR:2010:BO9658
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek op grond van onvoldoende bewijs en situatie in Herat Afghanistan
Verzoeker, afkomstig uit de provincie Herat in Afghanistan, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wees deze aanvraag af vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas en het ontbreken van reis- en identiteitsdocumenten.
Verzoeker stelde dat hij illegaal was gereisd en dat de traumatische aard van de gebeurtenissen zijn verklaringen minder nauwkeurig maakte. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van documenten toerekenbaar is aan verzoeker en dat de IND terecht de geloofwaardigheid van het relaas in twijfel trok vanwege tegenstrijdigheden en gebrek aan concrete details.
Daarnaast beriep verzoeker zich op artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn, stellende dat de situatie in Afghanistan, met name in Herat, verslechterd is. De rechtbank concludeerde dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een uitzonderlijke situatie met een zodanige mate van geweld dat terugkeer een reëel risico oplevert. De rechtbank verwees naar gezaghebbende bronnen, waaronder het ambtsbericht van juli 2010 en rapporten van Human Rights Watch, Amnesty International en UNAMA.
De rechtbank wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en verklaarde het beroep ongegrond. Verzoeker kon geen redelijke kans van slagen toekomen en er was geen aanleiding voor kostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.