ECLI:NL:RBSGR:2010:BO9860
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toetsing verlenging bewaring vreemdeling aan directe werking Terugkeerrichtlijn
Eiser, een vreemdeling zonder geldige verblijfsstatus, werd op 12 juni 2010 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Na zes maanden werd op 14 december 2010 een verlengingsbesluit genomen om de bewaring met twaalf maanden te verlengen, wat eiser aanvocht. De rechtbank toetste dit besluit aan de directe werking van de Terugkeerrichtlijn (Richtlijn 2008/115/EG), die sinds 25 december 2010 geldt en een maximale bewaringstermijn van 18 maanden voorschrijft, met een verlengingsbesluit na zes maanden.
De rechtbank stelde vast dat het verlengingsbesluit een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is en dat artikel 59 Vw Pro als wettelijke basis geldt, mits richtlijnconform uitgelegd. Hoewel het verlengingsbesluit na het verstrijken van de zes maanden werd genomen, was dit in deze zaak toelaatbaar omdat de Terugkeerrichtlijn pas vanaf 25 december 2010 directe werking kreeg. De rechtbank benadrukte dat een verlenging achteraf in andere gevallen niet zonder meer rechtmatig is.
De rechtbank onderzocht de gronden voor bewaring aan de hand van artikel 15 van Pro de Terugkeerrichtlijn. Van de zes aangevoerde gronden voldeden twee (ontbreken identiteitspapier en gebruik aliassen) aan de criteria voor bewaring; de overige vier niet. Verder concludeerde de rechtbank dat er redelijk vooruitzicht op verwijdering bestaat en dat verweerder voortvarend handelt. De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het belang van voortduring van de bewaring zwaarder weegt dan het belang van eiser bij vrijlating.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter D.A. Verburg op 31 december 2010.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.