ECLI:NL:RBSGR:2010:BP0088
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens schending hoorplicht en onvoldoende motivering
Eiseres verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken', mede voor haar minderjarige kinderen. Verweerder wees het verzoek af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en oordeelde dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor vrijstelling van het mvv-vereiste. Eiseres voerde aan dat zij alle mogelijke inspanningen had verricht om vertrek te realiseren en dat het onredelijk was meer van haar te verlangen. Tevens beriep zij zich op artikel 8 EVRM Pro, stellende dat het belang van haar kinderen onvoldoende was meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte had afgezien van het horen van eiseres in de bezwaarfase, terwijl een deskundigenrapport aangaf dat het perspectief op een gezonde groei van de kinderen in China vrijwel uitgesloten was. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom het mvv-vereiste handhaafbaar was zonder schending van het recht op respect voor het privéleven van de kinderen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 7:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Daarnaast werd het beroep tegen het eerdere besluit van 29 september 2009 niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank bepaalde een voorlopige voorziening die uitzetting van eiseres en haar kinderen tot vier weken na de nieuwe beslissing op bezwaar verbiedt. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 9 juli 2010 tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en onvoldoende motivering omtrent het mvv-vereiste en het belang van de kinderen.