ECLI:NL:RBSGR:2010:BP0439
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring en uitzetting in strijd met artikel 8 EVRM wegens belemmering omgang minderjarige dochter
Eiser is ongewenst verklaard en uitzetting naar Algerije is bevolen vanwege herhaalde strafrechtelijke veroordelingen en het ontbreken van rechtmatig verblijf. Eiser voerde aan dat deze maatregelen disproportioneel zijn omdat zij het gezinsleven met zijn minderjarige dochter ernstig belemmeren.
De rechtbank stelt vast dat er sinds de geboorte van de dochter sprake is van een gezinsleven met regelmatige omgang, waaronder begeleide bezoeken en telefonisch contact, ondanks de detentie van eiser en de ondertoezichtstelling van de dochter. Bureau Jeugdzorg acht omgang in het belang van de dochter en heeft een omgangsregeling vastgesteld.
Hoewel verweerder stelde dat telefonisch contact voldoende is, oordeelt de rechtbank dat uitzetting de omgang onmogelijk maakt gezien de situatie van de dochter en het ontbreken van toestemming van de moeder. De rechtbank concludeert dat de ongewenstverklaring in strijd is met artikel 8 EVRM Pro en herroept het besluit. Tevens wordt de voorlopige voorziening toegewezen die uitzetting verbiedt totdat op bezwaar is beslist.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en herroept de ongewenstverklaring omdat deze de omgang met de minderjarige dochter onmogelijk maakt, en wijst de voorlopige voorziening tegen uitzetting toe.