ECLI:NL:RBSGR:2010:BP0731
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Rabbie
- G.P. van Ham
- J.D.G.J. Dop
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek tegen voorzitter meervoudige strafkamer wegens schijn van vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechtbank vanwege het niet mogen afleggen van een verklaring tijdens een zitting, terwijl dit essentieel werd geacht voor de beslissing over het voortduren van de voorlopige hechtenis. De rechtbank had bepaald dat het verhoor door de politie moest plaatsvinden, wat in strijd was met een eerdere beslissing dat verzoeker door de rechter-commissaris gehoord zou worden.
De raadsman van verzoeker stelde dat hierdoor de schijn van partijdigheid was gewekt, mede omdat de rechtbank en het Openbaar Ministerie overleg hadden gevoerd over het al dan niet toelaten van een verklaring op zitting. Tevens werd gewezen op een eerdere veroordeling van verzoeker door dezelfde voorzitter zonder mogelijkheid tot volledige verklaring, wat later in hoger beroep werd vernietigd.
De wrakingskamer oordeelde dat processuele beslissingen normaal geen grond voor wraking zijn, maar dat in dit geval het niet horen van verzoeker op de zitting onbegrijpelijk was en de objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid kon ontstaan. Het wrakingsverzoek werd daarom ontvankelijk verklaard en toegewezen ten aanzien van de voorzitter van de kamer, terwijl het werd afgewezen voor de andere rechters.
De zaak zal worden voortgezet onder een andere voorzitter binnen dezelfde rechtbank, waarbij het proces wordt hervat in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Wrakingsverzoek toegewezen tegen de voorzitter wegens schijn van vooringenomenheid; proces wordt voortgezet onder een andere voorzitter.