ECLI:NL:RBSGR:2010:BP0732
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en proportionaliteit van vreemdelingenbewaring wegens uitzettingsprocedure
De Minister voor Immigratie en Asiel legde op 30 november 2010 aan eiser, een vreemdeling van Burundese nationaliteit, een maatregel van vreemdelingenbewaring op op grond van artikel 59, eerste lid, Vw 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
Eiser verbleef voorafgaand zestien maanden op een vrijheidsbeperkende locatie te Ter Apel en voerde aan dat hij altijd medewerking had verleend aan zijn terugkeer. Hij betwistte het vermoeden dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken en stelde dat de removal order uit 2006 niet meer actueel was. Verweerder stelde dat eiser onvoldoende medewerking verleende, met name door het niet aanleveren van benodigde identiteitsgegevens, en dat er zicht was op uitzetting binnen afzienbare termijn.
De rechtbank oordeelde dat de gronden voor bewaring niet waren bestreden en dat eiser onvoldoende actieve medewerking had verleend. De removal order uit 2006 kon nog worden geëffectueerd en de procedure was op 3 december 2010 gestart. De rechtbank verwierp het betoog dat de bewaring onrechtmatig was vanwege onduidelijkheden rond de removal order en dat een lichter middel dan bewaring passend zou zijn.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank bevestigde dat de maatregel van bewaring in redelijkheid gerechtvaardigd was gezien de omstandigheden en het belang van effectuering van de uitzetting.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.