ECLI:NL:RBSGR:2010:BP1154
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verlenging verblijfsvergunning wegens onduidelijke beperking
Eiser kreeg in 2004 een verblijfsvergunning regulier onder de beperking “conform beschikking Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie”. Verweerder weigerde later de verlenging van deze vergunning met het argument dat eiser niet langer aan de gezinssituatie voldeed waarop de vergunning grotendeels was gebaseerd.
De rechtbank oordeelt dat de beperking waaronder de verblijfsvergunning is verleend onvoldoende concreet en niet toetsbaar is, omdat deze niet is uitgewerkt in het Vreemdelingenbesluit of Vreemdelingenwet. Hierdoor is het voor eiser onduidelijk aan welke voorwaarden voldaan moet worden voor verlenging, wat in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.
Ook is het bestreden besluit ontoereikend gemotiveerd. Gezien het beleid rond schrijnende omstandigheden en langdurig verblijf acht de rechtbank het onredelijk om de vergunning niet te verlengen bij wijzigingen in de situatie die aanleiding waren voor de oorspronkelijke verlening.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan eiser toegewezen.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van verlenging van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.