ECLI:NL:RBSGR:2010:BP1530
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig gebruik van handboeien bij bewaring vreemdeling
Eiser werd op 17 december 2010 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Tijdens het transport werden handboeien gebruikt, maar uit het proces-verbaal bleek niet welke feiten en omstandigheden dit rechtvaardigden, zoals vereist volgens artikel 22 van Pro de Ambtsinstructie. Verweerder kon deze feiten niet inzichtelijk maken.
De rechtbank oordeelde dat het gebruik van handboeien in strijd was met de Ambtsinstructie en dat dit onrechtmatig was, omdat de belangen van eiser niet in redelijke verhouding stonden tot het gebrek. Het enkele feit dat eiser bezwaar kan maken tegen het gebruik van handboeien bij de politie, weegt niet op tegen de onrechtmatigheid in deze zaak.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval onmiddellijke opheffing van de bewaring, en veroordeelde de Staat tot vergoeding van €1060,- schadevergoeding en €874,- proceskosten. De rechtbank vond dat verweerder onvoldoende had aangetoond dat het gebruik van handboeien gerechtvaardigd was en dat de belangenafweging in het nadeel van verweerder uitviel.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring en kent schadevergoeding en proceskosten toe aan eiser.