ECLI:NL:RBSGR:2010:BP5326
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens risico schending artikel 3 EVRM bij terugkeer Eritrea
Eiseres, een Eritrese vrouw die in Nederland verblijft, vroeg een verblijfsvergunning aan, welke door verweerder werd geweigerd wegens onvoldoende aannemelijkheid van een risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Eritrea. Verweerder achtte het niet aannemelijk dat eiseres persoonlijk in de negatieve belangstelling van de Eritrese autoriteiten staat, mede omdat zij een paspoort had ontvangen van de Eritrese ambassade in Soedan.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende gemotiveerd had waarom eiseres niet als dienstweigeraar zou worden beschouwd, terwijl de dienstplicht in Eritrea een open eind kent en weigering zware straffen zonder proces tot gevolg heeft. Ook is uit ambtsberichten en UNHCR-richtlijnen gebleken dat gedwongen terugkeer kan leiden tot detentie onder slechte omstandigheden, mishandeling en foltering.
De rechtbank stelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat terugkeer geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert. Bovendien is het gelijkheidsbeginsel van toepassing omdat eiseres gelijk is aan andere Eritrese dienstplichtigen die bescherming kregen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering dat eiseres geen reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM bij terugkeer naar Eritrea.