ECLI:NL:RBSGR:2010:BP5330
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken standpunt over afkomst Mogadishu
Eiser, van Somalische nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning aan die werd afgewezen wegens het vermoeden dat hij zijn vingertoppen moedwillig had bewerkt om identificatie te bemoeilijken. De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende bewijs leverde tegen dit vermoeden en dat verweerder terecht de aanvraag beoordeelde op basis van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat een goede dactyloscopische identificatie niet mogelijk was.
Echter oordeelde de rechtbank dat verweerder ten onrechte geen standpunt had ingenomen over de gestelde afkomst van eiser uit Mogadishu, een gebied waar volgens jurisprudentie sprake is van een uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 15c van de richtlijn 2004/83/EG. Dit was een essentieel onderdeel van de beoordeling dat ontbrak in het bestreden besluit.
De rechtbank vernietigde daarom het besluit en beval verweerder een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser. De uitspraak benadrukt het belang van een volledige en juiste beoordeling van de geloofwaardigheid van de herkomst in asielzaken, zeker bij gebieden met een uitzonderlijke situatie.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.