ECLI:NL:RBSGR:2010:BP9463
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Aarts
- H.M.D. de Jong
- J.Th. van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens belangenverstrengeling met aannemer
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft mr. X, vice-president van de rechtbank, een verzoek tot verschoning ingediend op grond van artikel 8:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De aanleiding was dat een van de belanghebbenden, een aannemer onder een handelsnaam, regelmatig werkzaamheden verricht voor mr. X en er een lopende overeenkomst tot opdracht bestaat.
De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld zonder mondelinge behandeling, zoals toegestaan onder artikel 8:20 Awb Pro. De kern van de beoordeling was of er een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestaat, waarbij ook de uiterlijke schijn van onpartijdigheid een rol speelt.
De kamer concludeerde dat de feiten en omstandigheden rondom de relatie tussen mr. X en de aannemer een zodanige aanwijzing vormen dat mr. X niet langer onpartijdig kan worden geacht. Om het vertrouwen in het rechterlijk apparaat te waarborgen, werd het verzoek tot verschoning toegewezen en werd bepaald dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van mr. X wordt toegewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het verzoek.