ECLI:NL:RBSGR:2010:BP9750
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht op grond van besluit nr. 1/80 wegens ontbreken arbeidsrecht
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel voortgezet verblijf, welke door verweerder is afgewezen en waartegen beroep is ingesteld.
De kern van het geschil betreft de vraag of eiser op grond van besluit nr. 1/80 verblijfsrecht kan ontlenen, waarbij eiser stelt dat hij legale arbeid heeft verricht en aanspraak maakt op rechten op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van dit besluit. Verweerder betwist dit en stelt dat eiser niet ononderbroken een jaar bij dezelfde werkgever heeft gewerkt en dat nadien verrichte werkzaamheden zonder tewerkstellingsvergunning zijn verricht.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen rechten heeft verkregen op grond van artikel 6, eerste lid, eerste streepje, omdat niet is gebleken dat de werkgever voortgezette werkgelegenheid bood na 1 september 2003. Ook kan eiser geen aanspraak maken op het tweede lid van artikel 6 omdat Pro hij geen recht op grond van het eerste lid heeft. Daarnaast is het beroep op artikel 13 van Pro besluit nr. 1/80 onvoldoende geconcretiseerd en faalt het beroep.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser geen verblijfsrecht kan ontlenen aan besluit nr. 1/80.