ECLI:NL:RBSGR:2010:BQ0072
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering vergoeding medische kosten voor periode vóór asielaanvraag niet in strijd met Opvangrichtlijn
Eiseres heeft medische kosten gemaakt in de periode tussen haar aanmelding bij de Nederlandse autoriteiten en het daadwerkelijk indienen van haar asielaanvraag, en verzocht het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) om vergoeding van deze kosten. De rechtbank stelt vast dat eiseres destijds niet in de Tijdelijke Noodvoorziening (TNV) verbleef en dat de bepalingen van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005 (Rva 2005) niet op haar van toepassing waren.
De rechtbank oordeelt dat het COA op grond van artikel 3 van Pro de Wet COA bevoegd is voor de materiële en immateriële opvang van asielzoekers, waaronder de TNV valt. De Opvangrichtlijn 2003/9/EG legt lidstaten een duidelijke verplichting op om asielzoekers minimale medische zorg te verlenen, maar deze verplichting betreft niet de vergoeding van medische kosten. Artikel 15 van Pro de richtlijn ziet op de aanspraak op medische zorg zelf, niet op de kosten daarvan.
Verder concludeert de rechtbank dat het beleid van verweerder, dat alleen medische kosten worden vergoed indien de asielzoeker in de TNV verblijft, redelijk is en niet in strijd met de richtlijn. Het doorbreken van de eenheid van het gezin door dit beleid maakt dit niet anders, aangezien de lidstaat alleen maatregelen moet nemen indien hij zorg draagt voor de huisvesting. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de afwijzing van het verzoek tot vergoeding van medische kosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot vergoeding van medische kosten wordt afgewezen.