ECLI:NL:RBSGR:2010:BQ1768
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende bewijs en geen uitzonderlijke situatie in Irak
Eiser vroeg een verblijfsvergunning aan op grond van bedreigingen en geweld in Irak, waaronder de dood van zijn vader en beschietingen. Verweerder wees de aanvraag af vanwege twijfel aan de echtheid van overlijdensaktes en politieverklaringen.
De rechtbank oordeelde dat de documenten niet overtuigend waren door tegenstrijdigheden en twijfel over de bevoegde afgifte. Ook het relaas van eiser over de bedreigingen en incidenten werd niet geloofwaardig geacht.
Daarnaast stelde eiser dat de veiligheidssituatie in Irak zodanig verslechterd was dat sprake was van een uitzonderlijke situatie volgens artikel 15c van de Definitierichtlijn. De rechtbank volgde dit niet, mede gelet op rapporten, ambtsberichten en het ontbreken van algemene interim measures door het EHRM.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de rechtbank wees proceskosten af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.