ECLI:NL:RBSGR:2010:BQ3897
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Oeigoerse vreemdeling wegens onvoldoende bewijs vervolging
Eiser, een Oeigoerse vreemdeling afkomstig uit China, verzocht om een verblijfsvergunning asiel wegens vermeende discriminatie en mishandeling in zijn land van herkomst. Hij stelde dat hij vanwege zijn etnische afkomst en deelname aan een demonstratie in Nederland risico liep op vervolging bij terugkeer. Verweerder erkende dat eiser in het verleden is gediscrimineerd, maar achtte niet aannemelijk dat eiser in bijzondere negatieve aandacht van de Chinese autoriteiten stond of dat hij bij terugkeer een reëel risico liep op ernstige schendingen van mensenrechten.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor zijn beweringen, met name dat zijn verblijf in het buitenland langer dan zes maanden niet meer automatisch een verhoogd risico op vervolging oplevert sinds beleidswijzigingen in 2009. Ook de deelname aan een demonstratie in Den Haag werd niet concreet onderbouwd als aanleiding voor negatieve aandacht van Chinese autoriteiten. De rechtbank concludeerde dat verweerder de feiten en omstandigheden terecht als onvoldoende zwaarwegend heeft beoordeeld.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd. Er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter C.W.M. Giesen op 29 december 2010.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.