ECLI:NL:RBSGR:2010:BT8780
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J.W.P. van Gastel
- C. van Linschoten
- D.S.M. Bak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument derde lander als familielid van gemeenschapsonderdaan
Eiser, een derde lander van Ghanese nationaliteit, verzocht om afgifte van een verblijfsdocument op grond van het rechtmatig verblijf als familielid van een gemeenschapsonderdaan, namelijk zijn Nederlandse echtgenote (referente). Verweerder wees de aanvraag af omdat referente geen gebruik heeft gemaakt van haar gemeenschapsrechten door zich niet daadwerkelijk in een andere lidstaat te vestigen met het oog op economische activiteiten.
De rechtbank overwoog dat het bezit van een EU-verblijfskaart door eiser afgegeven door Spaanse autoriteiten niet impliceert dat referente als gemeenschapsonderdaan kan worden aangemerkt. De Richtlijn 2004/38/EG vereist dat de echtgenote zich daadwerkelijk in een andere lidstaat heeft gevestigd met gebruikmaking van haar gemeenschapsrechten, hetgeen hier niet het geval was.
Eiser stelde dat referente zich in Spanje had gevestigd en economische activiteiten verricht, maar de rechtbank vond op basis van de feiten en de brief van referente dat er geen daadwerkelijke vestiging was. Ook een mogelijke schending van artikel 8 EVRM Pro leidt niet tot afgifte van het gevraagde document omdat eiser geen rechtmatig verblijf als familielid van een gemeenschapsonderdaan heeft.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor het verblijfsdocument wordt afgewezen.