ECLI:NL:RBSGR:2010:BU3196
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.W.M. Giesen
- M.S.F. Voskens
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning op grond van gezinsleven met pleegouders volgens artikel 8 EVRM
Eiser, van Angolese nationaliteit, kwam op tienjarige leeftijd naar Nederland en woont sinds 2003 onafgebroken bij pleegouders die in 2008 de voogdij kregen. Zijn biologische moeder woont in Angola, maar de emotionele en feitelijke band met haar is gemarginaliseerd. Eiser vraagt een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro om het gezinsleven met zijn pleegouders voort te zetten.
De rechtbank stelt vast dat er sprake is van gezinsleven tussen eiser en zijn pleegouders, maar geen inmenging door intrekking van een verblijfsvergunning, omdat eiser nooit een dergelijke vergunning had. De belangenafweging tussen eiser en de Staat leidt tot de conclusie dat de positieve verplichting bestaat om eiser verblijf toe te staan, mede vanwege zijn langdurige verblijf in Nederland, zijn ingeburgerd zijn, en de negatieve gevolgen die terugkeer naar Angola voor zijn ontwikkeling zou hebben.
De rechtbank baseert zich op orthopedagogische rapporten en verklaringen van pleegouders, die een kwetsbare ontwikkelingsfase en sterke hechting aan het pleeggezin aantonen. Verweerder heeft deze stukken niet inhoudelijk weersproken. De rechtbank vernietigt het besluit van verweerder en beveelt de verlening van de verblijfsvergunning met ingang van 20 mei 2010. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de verlening van een verblijfsvergunning aan eiser op grond van artikel 8 EVRM vanwege het gezinsleven met zijn pleegouders.