ECLI:NL:RBSGR:2010:BU3521
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot aanhouding Nederlandse procedure wegens litispendentie met Nigeriaanse procedure
In deze civiele procedure vorderden Shell Den Haag en Shell Nigeria incidenteel dat de rechtbank de Nederlandse procedure aanhoudt op grond van artikel 12 Rv Pro, omdat er een eerdere Nigeriaanse procedure loopt tussen de Nigeriaanse gemeenschap en Shell Nigeria over soortgelijke onderwerpen.
De eisers in de hoofdzaak, een Nigeriaanse eiser en Milieudefensie, voerden gemotiveerd verweer tegen dit verzoek. De rechtbank overwoog dat artikel 12 Rv Pro bedoeld is om dubbele procedures tussen dezelfde partijen over hetzelfde onderwerp te voorkomen, maar dat in dit geval onvoldoende informatie werd verstrekt over de Nigeriaanse procedure en dat de procespartijen en onderwerpen niet exact overeenkomen.
De rechtbank constateerde ook dat het onduidelijk is wanneer een definitieve beslissing van de Nigeriaanse rechter te verwachten is en dat er tegenstrijdige belangen zijn bij het al dan niet aanhouden van de Nederlandse procedure.
Daarom zag de rechtbank onvoldoende gewichtige redenen om de Nederlandse procedure aan te houden. De rechtbank veroordeelde Shell Den Haag en Shell Nigeria tot betaling van proceskosten en verwees de hoofdzaak naar een rolzitting voor verdere processtukken en mogelijke incidenten.
Het vonnis werd gewezen door rechter H. Wien en op 1 december 2010 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot aanhouding van de Nederlandse procedure af en veroordeelt Shell tot betaling van proceskosten.