ECLI:NL:RBSGR:2011:34866

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
27 oktober 2011
Publicatiedatum
4 december 2023
Zaaknummer
398475 JE RK 11-1866
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:254 BWArt. 1:253a BWWet op de jeugdzorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling minderjarige wegens ernstig verstoorde verstandhouding ouders

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2008, kind uit een door echtscheiding ontbonden huwelijk. De minderjarige verblijft afwisselend bij de vader en de moeder. De rechtbank behandelde dit verzoek gelijktijdig met een echtscheidingszaak en een verzoek op grond van artikel 1:253a BW.

De rechtbank constateerde een ernstig verstoorde verstandhouding tussen de ouders met slechte communicatie en een diepgeworteld wantrouwen. De vader vreest ontvoering van het kind naar de Verenigde Staten, terwijl de moeder vreest voor seksueel misbruik door de vader. Ondanks het eenhoofdig gezag van de moeder blijft de omgangsregeling spanning veroorzaken.

De rechtbank oordeelde dat deze situatie een ernstige bedreiging vormt voor de minderjarige en dat andere middelen om deze bedreiging af te wenden hebben gefaald of zullen falen. Daarom werd het verzoek om ondertoezichtstelling toegewezen voor de periode van één jaar, waarbij de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden als toezichthouder werd aangewezen.

Uitkomst: De minderjarige wordt voor één jaar onder toezicht gesteld van Bureau Jeugdzorg wegens ernstige bedreiging door verstoorde verstandhouding tussen ouders.

Uitspraak

Rechtbank 's-Gravenhage
Sector familie- en jeugdrecht
Meervoudige kamer
Rekestnummer: JE RK 11-1866
Zaaknummer: 398475
Datum beschikking: 27 oktober 2011

Ondertoezichtstelling

Beschikking op het op 7 juli 2011 ingekomen verzoekschrift van:

de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden en Zuid-Holland Noord , locatie Den Haag (verder: de raad),

met betrekking tot de minderjarige:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats]

kind uit het door echtscheiding ontbonden huwelijk van:

[naam 1] ,

de vader,
wonende te [woonplaats 1] ,
en

[naam 2] ,

de moeder,
wonende te [woonplaats 2] .
De minderjarige verblijft feitelijk afwisselend bij de vader en bij de moeder.

Procedure

De meervoudige kamer heeft kennis genomen van het rapport van de raad van 28 juni 2011, kenmerk [kenmerk] .
Op 25 augustus 2011 heeft ter terechtzitting van deze rechtbank een gecombineerde behandeling plaatsgevonden van zowel het onderhavige verzoek als het – deels aangehouden – echtscheidingsverzoek (362268, JE RK 11-1866) en het
1:253a BW-verzoek (388707, FA RK 11-1701). Op de verzochte nevenvoorzieningen in de scheidingszaak en het 1:253a BW-verzoek wordt bij afzonderlijke beschikking van heden beslist.
Ter terechtzitting zijn verschenen: de vader met mr. T. van den Bout, advocaat te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, de moeder met mr. P. Montanus, advocaat te
’s-Gravenhage, mevrouw [tolk] , tolk in de Engelse taal voor de moeder, namens de raad mevrouw [naam 3] en de heer [naam 4] en namens de stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden de heer [naam 5] . Van zowel de zijde van de vader als van de zijde van de moeder zijn pleitnotities overgelegd.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van voornoemde minderjarige voor de periode van één jaar.
Zowel de vader als de moeder hebben verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Feiten

Bij beschikking van deze rechtbank van heden in voornoemde zaken 362268,

JE RK 11-1866 en 388707, FA RK 11-1701, is de moeder met het eenhoofdig gezag over de minderjarige belast.

Beoordeling

De rechtbank is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn. Daarbij overweegt de rechtbank in het bijzonder dat sprake is van een ernstig verstoorde verstandhouding tussen de ouders en een daarmee gepaard gaande slechte communicatie. Deze verstandhouding is de laatste tijd alleen maar verslechterd. Er zijn inmiddels acht procedures door hen aangespannen, waarvan er drie nog lopen. Partijen hebben een diepgeworteld wantrouwen jegens elkaar.
Zo vreest de vader bijvoorbeeld dat de moeder de minderjarige zal ontvoeren naar de Verenigde Staten van Amerika en vreest de moeder voor seksueel misbruik van de minderjarige door de vader. Toewijzing van het eenhoofdig gezag aan de moeder kan de bedreiging als bedoeld in voornoemd artikel niet, dan wel onvoldoende, wegnemen, aangezien de ouders in het kader van de omgangsregeling nog steeds met elkaar te maken (zullen moeten) hebben. Deze voortdurende ernstige spanning tussen de ouders, vormt een ernstige bedreiging voor de minderjarige. Voorts is de rechtbank van oordeel dat andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald dan wel zullen falen. Gelet op het voorgaande zal het verzoek om ondertoezichtstelling worden toegewezen.

Beslissing

De rechtbank:
 stelt de minderjarige van 27 oktober 2011 tot 27 oktober 2012 onder toezicht van de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden , zijnde een stichting zoals bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg;
 verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.W. de Wit, M.J. Alt-van Endt, en A.M.A. Keulen, kinderrechters, bijgestaan door mr. G. Kolkman als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2011.
De griffier is buiten staat
deze beschikking mede
te ondertekenen
Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen
drie maandenna de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift ter griffie van het Gerechtshof te
’s-Gravenhage.