ECLI:NL:RBSGR:2011:BO9637
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen verlenging vreemdelingenbewaring na zes maanden
Verzoeker is op 25 januari 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld. Bij brief van 13 december 2010 heeft de Minister de bewaring verlengd met twaalf maanden, ingaande 25 juli 2010. Verzoeker stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en maakte bezwaar tegen de brief van 13 december 2010. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening om de bewaring te beëindigen.
De voorzieningenrechter overweegt dat de brief van 13 december 2010 geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat tegen deze brief geen bezwaar of beroep openstaat. De voorgestelde wetswijziging die dit zou veranderen, is nog niet in werking getreden. Verzoeker kan echter wel op grond van artikel 96 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 beroep instellen tegen het voortduren van de bewaring, wat hij ook heeft gedaan.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen omdat geen rechtsbescherming openstaat tegen de brief van 13 december 2010. Ook is geen reden om griffierecht of proceskosten toe te wijzen. De beslissing bindt verweerder niet in de bezwaarprocedure en het oordeel is voorlopig van aard.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verlenging van de vreemdelingenbewaring wordt afgewezen.