ECLI:NL:RBSGR:2011:BP0023
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier-Dassen
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens schending vertrouwelijk gesprek vreemdeling en raadsman
Eiser, een vreemdeling van Ghanese nationaliteit, werd op 19 november 2010 in bewaring gesteld. Op 27 december 2010 voerde eiser telefonisch een gesprek met zijn raadsman, waarbij een wachtmeester van de Koninklijke Marechaussee in dezelfde kamer aanwezig was en het gesprek op speaker zette, waardoor het vertrouwelijkheidsrecht werd geschonden.
De rechtbank stelde vast dat deze handeling in strijd was met artikel 104 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, dat het recht op vertrouwelijk contact tussen vreemdeling en raadsman garandeert. Verweerder erkende de schending, maar stelde dat een belangenafweging mogelijk was vanwege de situatie van eiser. De rechtbank verwierp dit en oordeelde dat geen ruimte bestaat voor belangenafweging bij deze norm.
De bewaring werd op 3 januari 2011 opgeheven. De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van €560 voor de periode van 27 december 2010 tot 3 januari 2011, gebaseerd op de richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €874. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De bewaring werd onrechtmatig geacht wegens schending van het vertrouwelijkheidsrecht en eiser kreeg een schadevergoeding van €560 toegekend.