ECLI:NL:RBSGR:2011:BP0114
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.D.J. van Reenen-Stroebel
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuurs- en rechterlijke fase
Verzoeker stelde schadevergoeding te vorderen wegens overschrijding van de redelijke termijn in de behandeling van zijn bezwaar en beroep tegen een besluit van de staatssecretaris. De rechtbank stelde vast dat de maximale termijn van twee jaar voor de behandeling van bezwaar en beroep was overschreden. De bestuurlijke fase duurde ruim één jaar en acht maanden, de rechterlijke fase bijna twee jaar en twee maanden.
De rechtbank oordeelde dat de overschrijding in de rechterlijke fase onbetwist was en veroordeelde de Staat tot betaling van € 1.000,-. Voor de bestuurlijke fase stelde de rechtbank vast dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend had gehandeld, onder meer door een lange wachttijd na het niet reageren van verzoeker op een uitnodigingsbrief. Hierdoor werd de overschrijding aan de staatssecretaris toegerekend en werd een schadevergoeding van € 1.500,- toegekend.
De rechtbank wees erop dat er geen bijzondere omstandigheden waren die de vergoeding zouden beperken, en dat verzoeker geen onredelijk procesgedrag had vertoond. Tot slot werden de proceskosten van € 437,- gezamenlijk aan staatssecretaris en Staat opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris en de Staat tot betaling van in totaal € 2.500,- schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot betaling van proceskosten.