ECLI:NL:RBSGR:2011:BP0279
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid voortduren bewaring vreemdeling na implementatietermijn Terugkeerrichtlijn
Eiser, een vreemdeling van Chinese nationaliteit, werd op 12 augustus 2010 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na een eerdere ongegrond verklaard beroep tegen de bewaring, stond thans alleen het voortduren van de bewaring sinds 13 december 2010 ter beoordeling. De rechtbank toetste de rechtmatigheid van de bewaring aan artikel 15 van Pro de Terugkeerrichtlijn, die sinds 24 december 2010 van toepassing is, hoewel nog niet geïmplementeerd in nationale wetgeving.
De bewaring was gebaseerd op drie gronden: het ontbreken van een identiteitspapier, een veroordeling voor een misdrijf, en het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats. De rechtbank oordeelde dat alleen het ontbreken van een identiteitspapier onder de richtlijn valt, maar dat deze grond onvoldoende is om de bewaring te dragen zonder nadere motivering. De andere gronden zijn niet toelaatbaar na het arrest Kadzoev van het Hof van Justitie.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring sinds 25 december 2010 onrechtmatig is en beveelt de onmiddellijke opheffing ervan. Tevens kende zij eiser een schadevergoeding toe van €1.280,-- voor de onrechtmatige bewaring en veroordeelde verweerder in de proceskosten van €874,--. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De bewaring van eiser is onrechtmatig sinds 25 december 2010 en wordt per direct opgeheven met toekenning van een schadevergoeding.