ECLI:NL:RBSGR:2011:BP0328
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting maatregel van bewaring wegens ontbreken lichter middel
Eiser werd op 16 december 2010 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en vorderde tevens schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 30 december 2010. Verweerder voerde aan dat de bewaring gerechtvaardigd was vanwege criminele antecedenten, het niet beschikken over identiteitspapieren, het niet naleven van vertrektermijn en het ontbreken van middelen van bestaan.
De rechtbank oordeelde dat criminele antecedenten niet per definitie uitsluiten dat een lichter middel kan worden toegepast, verwijzend naar het arrest Kadzoev van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Verweerder kon niet aannemelijk maken dat de genoemde gronden voldeden aan de criteria van artikel 15 van Pro de Terugkeerrichtlijn, namelijk risico op onderduiken of het ontwijken van terugkeer.
Daarnaast bleek uit stukken en zitting dat eiser over een concreet opvangadres beschikte waar hij opnieuw opvang was aangeboden, waardoor een meldplicht een haalbaar en realistisch alternatief vormde. De rechtbank concludeerde dat voortzetting van de bewaring vanaf 30 december 2010 in strijd was met de Terugkeerrichtlijn en niet redelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval onmiddellijke opheffing van de bewaring, kende een schadevergoeding toe van €480 voor zes dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde verweerder in de proceskosten van €874.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de bewaring wordt onmiddellijk opgeheven wegens het ontbreken van een rechtvaardiging voor het ontbreken van een lichter middel.