ECLI:NL:RBSGR:2011:BP0341
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren vreemdelingenbewaring na zes maanden onder Terugkeerrichtlijn
Eiser is op 29 juni 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld en heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze bewaring na zes maanden. De rechtbank beoordeelt of de verlenging van de bewaring gerechtvaardigd is onder toepassing van de Terugkeerrichtlijn 2008/115/EG en artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
De rechtbank overweegt dat de Vw 2000 geen maximumtermijn aan de bewaring stelt, maar dat vaste jurisprudentie en beleid vereisen dat een belangenafweging wordt gemaakt tussen het algemene belang bij voortzetting van de bewaring en het belang van de vreemdeling bij invrijheidstelling. Na zes maanden weegt het belang van de vreemdeling in vrijheid doorgaans zwaarder. De Terugkeerrichtlijn stelt een maximumduur van zes maanden met mogelijke verlenging tot achttien maanden onder strikte voorwaarden.
De rechtbank acht de belangenafweging van verweerder, zoals gemotiveerd in het verlengingsbesluit van 28 december 2010, voldoende en redelijk. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat er een lopend onderzoek bij de Egyptische vertegenwoordiging is, wat een geldige reden is voor verlenging. Gezien de voortvarendheid bij verwijderingsvoorbereidingen en het redelijk vooruitzicht op verwijdering, is het voortduren van de bewaring gerechtvaardigd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring na zes maanden wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.